‘Ben je helemaal gek geworden?! Zo’n idioot heb ik nog nooit gezien!!’ De vrouw schreeuwt het bijna tegen me. We staan in Grassmere voor het hek van wat later blijkt een ‘Victoriaans’ huis te zijn. Grassmere is het dorp waar we doorheen lopen tijdens onze wandeling in de Lake District in Noord-Engeland. Hoewel de wandelpaden af en toe een beetje glibberig zijn, is het koud, droog en we hebben een prachtig zicht op het dorp, het bijbehorende meer en de omgeving die bedekt is met rijp.
Ik ben samen met Nigel en Christine, een Engels echtpaar uit Bradford, en Bettina, een Nederlandse journaliste op zoek naar werk. Ik heb ze ontmoet in 2007 toen ik naar Engeland ben verhuisd om een jaar de Leadership Academy te volgen, onderdeel van de Abundant Life Church in Bradford. Daar heb ik ook Mark ontmoet, een Nederlandse multimedia ontwerper die bij ons in de klas zat.
Je vraagt je misschien af, waarom de vrouw tegen me schreeuwt. In feite komt dat door Bettina en Mark. Mark probeert altijd nieuwe dingen uit, lapt de regels aan zijn laars en gooit dingen door elkaar, soms zelfs letter… Ik herinner me nog die keer dat we op visite waren bij een vriendin. Mark liet ons zoveel mogelijk wijzigingen aanbrengen in haar interieur, terwijl zij koffie aan het maken was in de keuken, zich niet bewust van de chaotische verandering in haar woonkamer.
Sinds ik het boek ‘Play’ heb gelezen van Stuart Brown en Christopher Vaughan, bestempel ik het gedrag dat Mark vertoont als ‘spelen’ of ‘speels’. Het boek heeft me geïnspireerd om speels te zijn, net zoals Mark mij heeft geïnspireerd. Zoals vorige week toen ik tegen mijn squash maatje speelde. Nadat ik de eerste twee games heel serieus had gespeeld en verloren, stuurde ik heel bewust het woord ‘Speel!’ naar mijn brein. Plotseling zag ik in gedachten drie clowns met kleurrijke hoeden op. Ze rennen in het rond en lachen om mijn fouten. Onwillekeurig moet ik hardop lachen en ik voel hoe mijn lichaam zich ontspant. Ik doorbreek mijn routine, probeer een andere service en kijk hoe mijn spelpartner reageert. De volgende vijf games win ik…
En hier in Grassmere, op de tweede dag van ons bezoek aan Bradford, daagt Bettina me uit: ‘Kom op, laten we een paar maffe foto’s maken!!’ Pas op als je dat soort dingen tegen me zegt… Ik stuur de woorden ‘maf’ en ‘speels’ naar mijn hersens. Mijn brein doet zijn best om het hek te vertalen naar ‘maffe foto’s’. Ik krijg het idee om mijn benen door het hek te gaan zitten en een gekke bek te trekken. Bettina doet met mij mee – met die gekke bek althans en Christine maakt een foto.
Ergens op de achtergrond hoor ik een geluid dat klinkt als iemand die op een raam bonkt. Ik besteed er in eerste instantie geen aandacht aan, maar als ik een vrouw hoor schreeuwen: ‘Kom van dat hek af!’ staat mijn lijf op scherp. Ik probeer uit mijn hachelijke positie te komen en de vrouw blijft maar roepen. ‘Weet je wel wat voor huis dit is?! Dit is een Victoriaans huis! Je bent niet goed wijs! Ik heb nog nooit zoiets idioots gezien! Ik mompel een paar keer ‘sorry’ en voel mijn hart kloppen in mijn keel.
De vrouw gaat maar door met schreeuwen: ‘Zelfs mijn kleinzoon zou niet zoiets stoms doen, en die is pas drie!’ Ik slaag erin om uit het hek te klimmen en terwijl we weglopen, merkt Nigel op: ‘Nou, haar kleinzoon heeft dus duidelijk geen enkel plezier…’ Misschien moet ik haar een exemplaar van ‘Play’ sturen…



